fb pixel
Opinie

In de greep van de coronacijfers

Bron: Unsplash/DeLantaarn

Door de coronacrisis leven we momenteel in een wereld waarin alles draait om cijfers. De samenleving gaat ervan uit dat deze cijfers de feiten benaderen, en dat ze zullen leiden tot een effectief en preventief gezondheidsbeleid, met de bedoeling om ‘het lijden in de wereld’ te minimaliseren. 

Maar volgens professor klinische psychologie Mattias Desmet (UGent) moeten we uiterst voorzichtig zijn met deze aanpak. Tijdens een interview met ‘De Nieuwe Wereld’ legt hij uit waarom.

De ‘objectiviteit’ van de cijfers

Een Belgische minister, en tevens een van de centrale figuren in de corona crisis in België, zei onlangs dat de coronacrisis de overgang zou kunnen betekenen naar een maatschappij die wordt geleid op basis van ‘objectieve cijfers’ en dat dit onze samenleving een hele stap vooruit zou helpen. In het verleden was het zo dat onze maatschappij vaak werd geleid door ‘subjectieve verhalen’. Er zijn doorheen de geschiedenis voldoende voorbeelden terug te vinden waarbij dergelijke ‘verhalen’ hebben geleid tot machtsmisbruik, bedrog en wreedheden. Neem bijvoorbeeld de heksenverbrandingen uit de middeleeuwen die werden gerechtvaardigd door de ‘verhalen’ die de ronde deden en waar op geen enkele manier rekening werd gehouden met feitelijke ‘data en gegevens’.

Maar het idee dat ‘cijfers’ tot een objectieve rationele maatschappij zouden kunnen leiden, met minder wreedheden, is volgens professor Desmet een illusie die zeker niet ongevaarlijk is: “Tijdens mijn opleiding en onderzoekswerk heb ik mij frequent verbaasd over de relativiteit van cijfers.”

Professor Desmet gaf een voorbeeld uit de tweede helft van de twintigste eeuw, toen er in de wetenschappelijke kringen een beweging op gang kwam die vertrok vanuit het probleem dat cijfers en metingen vaak erg relatief zijn. De Pools-Joodse wiskundige Benoît Mandelbrot illustreerde in 1967 de relativiteit van cijfers door aan te tonen dat je de grens van Groot Brittannië niet exact kan meten. Als je de grens van Groot Brittannië meet met een meeteenheid van 200 kilometer kom je op een lengte van 2400 kilometer. Meet je de grens van Groot Brittannië met een meeteenheid van 50 km dan kom je al uit op een lengte van 3400 kilometer. Dus hoe kleiner je meeteenheid, hoe meer de lengte van de grens van Groot Brittannië toeneemt.

Source: Wikipedia

Tijdens de voorstelling van zijn artikel, werd Mandelbrot gevraagd of dit eigenlijk wel ooit tot praktische problemen zou kunnen leiden. Mandelbrot zei dat hij tijdens zijn onderzoek verschillende encyclopedieën met elkaar had vergeleken en hij had gemerkt dat de gerapporteerde lengtes van de grenzen van landen verschillen met een factor tot 50 procent.

Wanneer we dit vertalen naar de coronacrisis en ons de vraag stellen hoe het aantal besmettingen, het aantal ziekenhuisopnames, en het aantal doden gemeten of geteld worden, dan merkt professor Desmet dat er ook hier grote variaties opduiken in het aantal besmettingen: “In Schotland bijvoorbeeld heeft men op een bepaald moment de ziekenhuisopnames geteld door enkel nog de mensen mee te tellen die primair omwille van corona naar het ziekenhuis gingen. Men kwam uit op amper 10% van de gevallen. Hetzelfde met het aantal sterfgevallen. Het ‘Center of Disease Controle’ in Amerika, is op een bepaald moment overgeschakeld op een telling waarin men de mensen met een zware bijkomende aandoening niet meer meetelde, en men kwam nog tot ongeveer 6 procent van het aantal sterfgevallen. Dus de cijfers blijken op zich al relatief te zijn.” 

De ‘interpretatie’ van de cijfers

Daarnaast legt professor Desmet uit dat er ook grote verschillen opduiken naar gelang de ‘interpretatie’ van cijfers: “Cijfers hebben een soort uniek psychologisch effect. Een mens is een wezen dat nu eenmaal altijd onzeker is en altijd twijfelt, en die in dat opzicht een enorme behoefte heeft aan zekerheid. Cijfers wekken zeer typisch de illusie van zekerheid op. Ze wekken een zeer sterke quasi onweerstaanbare illusie op dat ze ‘feiten’ voorstellen. Terwijl je kan zien dat ze uiterst relatief zijn, zoals in het bijvoorbeeld van de grens van Groot-Brittannië, maar daarnaast zijn ze ook zeer meerduidig. Deze meerduidigheid van cijfers illustreerde professor Desmet met het voorbeeld van Simpsons paradox: “Simpsons paradox toont dat, afhankelijk van subjectieve vooroordelen en selectieve voorkeuren, we cijfers anders gaan construeren, presenteren en interpreteren, en dat je in dat opzicht vanuit dezelfde cijfers tot totaal tegengestelde conclusies kan komen.”

Screenshot: De Lantaarn

In de coronacrisis is er een voortdurende dans van cijfers en grafieken die kunnen gaan over stijgende besmettingen of oversterfte, waardoor we allemaal bevangen worden door een illusie van objectiviteit. Maar professor Desmet geeft aan dat we ons in de eerste plaats zouden moeten afvragen hoe deze cijfers zijn geconstrueerd en hoe we ze moeten interpreteren: “Neem als voorbeeld de oversterfte, wat gewoonlijk wordt geïnterpreteerd als een bewijs dat het virus heel gevaarlijk is, terwijl je het bij nader toezien even goed zou kunnen interpreteren als een teken dat de maatregelen de immuniteit verlagen, of als het teken dat de maatregelen veel collaterale schade veroorzaken of zelfs als een gevolg van de behandeling zelf. Twee studies, één in België en één in Duitsland, tonen bijvoorbeeld dat de mortaliteit op IC afdelingen daalde van 40 naar 4 procent nadat men de behandeling minder agressief maakte, en men de intubatie enkel bij de extreme gevallen toepaste. Bij de interpretatie van de gegevens wordt dit een belangrijke factor die meespeelt.”

Ook de stijgende ziekenhuisopnames, die vooral tijdens de tweede lockdown meer centraal stonden, zijn volgens Professor Desmet voor interpretatie vatbaar. Als voorbeeld gaf hij een onderzoeksproject waar hij aan meewerkte en waarin hij met verschillende urgentieartsen sprak: “Zij vertelden me dat ongeveer 15% van de mensen die naar het ziekenhuis gaan met Covid-19 gerelateerde klachten, eigenlijk te kampen hebben met een angstklacht dan wel met een virale infectie. Deze mensen blijken dus helemaal niet besmet te zijn, maar werden zodanig bevangen door de angst dat ze enkel gerustgesteld kunnen worden met een opname en een grondige check-up inclusief een longscan. Artsen meldden ook frequent dat onder de Covid-19-patiënten die zich aanmelden in een ziekenhuis, er velen zijn die eigenlijk even goed thuis zouden kunnen uitzieken. Maar door de manier waarop het virus in de media wordt voorgesteld, als ‘extreem gevaarlijk’, kunnen deze artsen het zich niet veroorloven, noch ten aanzien van de patiënt, noch ten aanzien van de maatschappij, om die mensen terug naar huis te sturen. Er zou een grondige analyse moeten gebeuren om uit te maken wat het gewicht van deze factoren is, maar het is wel duidelijk dat het veel te kort door de bocht is om direct de cijfers te gaan interpreteren als een objectief en onomstotelijk bewijs van de gevaarlijkheid van het virus.” 

Professor Desmet zei dat vrijwel alle urgentieartsen ook opmerkten dat in de laatste 20 jaar het aantal ziekenhuisbedden progressief is afgebouwd. Tezelfdertijd is de bevolking gestegen alsook aandoeningen zoals obesitas en diabetes, welke risicofactoren zijn bij virale infecties, wat onvermijdelijk een recept vormt om tot overbelasting van de ziekenhuizen te komen. “Dit is iets wat trouwens in voorgaande griepepidemieën ook het geval was. Ik speelde op een bepaald moment advocaat van de duivel bij een urgentiearts en ik vroeg hem: ‘Dit soort overbelasting is toch nog nooit eerder voorgevallen?’, waarna hij me prompt een artikel uit 2018 stuurde waarin stond dat ziekenhuizen overbelast waren door grieppatiënten. Hetzelfde fenomeen is dus zeker al eerder voorgekomen.”  

Veel mensen denken dat die relativiteit van de cijfers enkel geldt voor de cijfers in de media maar niet voor cijfers in hoogstaande wetenschappelijke tijdschriften maar ook dat klopt volgens professor Desmet niet. “Ik vind het voorbeeld van hydroxychloroquine een goed voorbeeld in die zin dat de cijfers tot alle soorten tegengestelde besluiten hebben geleid. Eerst werd het als niet effectief bevonden. Dan verscheen er een studie waarin het wel effectief werd bevonden. Dan moest die studie terug worden ingetrokken wegens fouten, enz.  Dat geldt niet alleen omtrent het onderzoek naar hydroxychloroquine, maar ook bij het onderzoek naar het dragen van mondmaskers of de effectiviteit van de Zweedse aanpak of de rol die scholen spelen in de verspreiding van het virus. Je ziet omtrent al die onderwerpen dat ook in hoogstaande wetenschappelijke tijdschriften, de verschillende studies tot de meest tegengestelde besluiten komen.”

De geschiedenis herhaalt zich

Professor Desmet legt verder uit dat een blind geloof in cijfers tot zeer nare gevolgen kan leiden: “Een mens zoekt altijd ergens een zekerheid en als hij deze zekerheid ergens gevonden heeft, laat hij dat absoluut niet gemakkelijk los. Wij denken een antwoord gevonden te hebben in de wetenschap en cijfers en we klampen ons vast aan die illusie van objectiviteit. Maar tegelijkertijd verdringen we elke subjectieve component van onderzoek, namelijk vanuit welke ideologie of welk verhaal interpreteren we de cijfers, en vervolgens zie je iets zeer merkwaardigs gebeuren. Die verdrongen subjectiviteit woekert, neemt groteske proporties aan en leidt uiteindelijk tot net het omgekeerde van wat we nastreven, namelijk tot een radicaal gebrek aan objectiviteit.”

De coronacrisis is volgens professor Desmet hiervan een triest voorbeeld, waarbij de cijfers die gepresenteerd worden niet alleen relatief en meerduidig zijn maar waarbij in het opstellen van de cijfers ook groteske en absurde fouten worden gemaakt. 

“Neem bijvoorbeeld de manieren hoe de coronadoden werden geteld tijdens de eerste lockdown of hoe de stijging van de besmettingen in kaart worden gebracht, zonder rekening te houden met een stijgend aantal uitgevoerde tests. Aan de ene kant presenteert het publieke discours zich als een objectief discours, gebaseerd op cijfers die feiten representeren, en die rationele beslissingen toelaten. Maar er is iets schrijnends dat meer en meer duidelijk wordt, namelijk dat er onder die objectiviteit vaak het tegenovergestelde verborgen ligt, zijnde een merkwaardig, bevreemdend en radicaal gebrek aan objectiviteit.”

Maar dit probleem, dat we nu ook zeer manifest meemaken in de corona crisis, is volgens professor Desmet helemaal niet nieuw en bestond eigenlijk al geruime tijd. Vanaf het begin van de 20ste eeuw, was wetenschap ook zeer sterk bevangen door de illusie van objectiviteit. Wetenschap werd steeds cijfermatiger en er werd steeds minder ruimte gelaten voor de ideologische en subjectieve kaders van waaruit de cijfers geïnterpreteerd konden worden, alsof dat niet mocht bestaan in wetenschap en wetenschap strikt objectief moet zijn. Maar ook hier liep het volgens professor Desmet fout, iets wat duidelijk werd in 2005, na het losbreken van de replicatiecrisis: “In de replicatiecrisis bleek eerst en vooral dat wanneer hetzelfde onderzoek werd gevoerd in verschillende studies, de wetenschappers maar al te vaak tot een verschillend besluit kwamen. Maar er werd ook nog veel meer ontdekt. Bijvoorbeeld werd ontdekt dat in onderzoeken een enorme hoeveelheid fouten en slordigheden voorkomen, en zelfs geforceerde besluitvormingen en regelrechte fraude.”

Het ging daarbij vooral over onderzoek op vlak van economie, psychologie en de medische wetenschappen, waarbij gesteld werd dat tot 73% van alle studies serieus de mist in zijn gegaan. “Maar ook die studie is natuurlijk opnieuw een getal en ook hier weer moeten we dus opletten om dat getal niet te absoluut te nemen”, zei professor Desmet. 

Het domein waar dit probleem het meest uitgesproken was, bleek het domein van de medische wetenschappen, wat de hele zaak een extra ethische dimensie gaf. Zo kwam in 2019 in het nieuws dat er een paar honderdduizend doden zijn gevallen in de VS door het toedienen van opiaten. 

Opiaten zijn zeer (snel) verslavend maar door agressieve marketing voor deze opiaten gingen dokters in de VS steeds meer en steeds sneller zulke pijnstillers voorschrijven. Farmabedrijven beloonden ook dokters die meer voorschreven, met bonussen of zelfs snoepreizen. Soms kreeg je al zo’n verslavende pil via een voorschrift na een getrokken tand. Talloos veel Amerikanen raakten verslaafd met alle gevolgen van dien. Farmabedrijven lieten kennelijk hebzucht en winstbejag primeren op de veiligheid van de Amerikaanse burger. In de VS vielen er op een gegeven moment op die manier tot 200 doden per dag ten gevolge van een overdosis aan deze pijnstillers.

“Ook deze middelen zijn onderzocht en ‘veilig bevonden’. Er zijn inderdaad zeer veel van dergelijke voorbeelden van wat men ‘sloppy science’ noemt, of slordige wetenschap, en waarbij een overschatting van de objectiviteit van cijfers en een onderschatting van de enorme component subjectiviteit die in onderzoek speelt, zeer dramatische implicaties heeft voor de mensen. Het toont ons ook iets over hoe de illusie van objectiviteit, er ook voor kan zorgen dat de ethische grenzen worden overschreden.”

De oorsprong van totalitarisme

Hannah Arendt tijdens een lezing in Duitsland in 1955

Hannah Arendt (1906-1975) was een Duits-Amerikaanse filosofe van joodse afkomst die tijdens de tweede wereldoorlog vanuit nazi-Duitsland naar de VS kon vluchten en die zich met name heeft verdiept in totalitaire politieke systemen. Ze schreef hierover een zeer grondig werk, getiteld ‘The Origins of Totalitarism’ (de oorsprong van totalitarisme), waarin ze nog een stap verder gaat voor wat betreft de objectiviteit van cijfers en de wetenschappelijke cijfers voorstelt als een regelrechte vorm van propaganda.

Professor Desmet zei hierover: “The Origins of Totalitarisme van Hannah Arendt is een schitterend boek dat ik deze zomer nog een keertje ter hand heb genomen. Op een gegeven moment heb ik de kaft nog eens bekeken om zeker te zijn dat het wel degelijk in 1951 is gepubliceerd, omdat het zo toepasselijk is op de huidige omstandigheden, in die mate dat het zelfs bevreemdend overkomt. Zij legt namelijk uit in het boek dat het ontstaan en de opkomst van totalitarisme parallel gaat met het verspreiden van een soort van naïef geloof in wetenschappelijke objectiviteit via de massamedia.”

Hannah Arendt merkte op dat de totalitaire systemen een voorkeur hebben voor een wetenschappelijk of pseudowetenschappelijk discours dat, net als in de coronacrisis, zeer overvloedig wordt onderbouwd met cijfers en statistieken. “En ook daar zie je die tweede stap waarbij het discours, dat gelooft in de illusie van objectiviteit, op een bepaald moment omslaat in zijn tegendeel. De cijfers en de statistieken die door die staatssystemen werden gebruikt, verworden na korte tijd tot niets meer of minder dan pure propaganda.” Hannah Arendt omschreef het in haar boek als: ‘… een radicale minachting voor de feiten’, waarbij het zover kan gaan dat men op een bepaald moment zelfs de feiten begint aan te passen aan de statistieken. Na verloop van tijd berekent men de statistieken dus niet meer op basis van de feiten maar omgekeerd.

Aleksandr Solzjenitsyn op de trein in Vladivostok (zomer 1994) voor zijn vertrek op een reis door Rusland. Hij keerde terug naar Rusland na twintig jaar ballingschap.

De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) gaf hieromtrent in zijn boek ‘De Goelag Archipel’, het volgende treffende voorbeeld. Indien in de Sovjet-Unie op het einde van de werkweek de statistieken omtrent het aantal verraders niet bleek te kloppen, ging de staatspolitie over tot het lukraak arresteren van burgers, die dan werden aangeduid als verraders. Deze geheel onschuldige mensen werden evenzeer overgebracht naar de ‘Goelág’, waar ze vaak een miserabele dood stierven.

Afgezien van wat er is gebeurd tijdens de tweede wereldoorlog, leeft in het Westen een vrij algemeen waanbeeld dat dit iets is wat enkel kan gebeuren in landen als China en de Sovjet-Unie. Maar volgens professor Desmet zouden we deze visie dringend moeten bijstellen: “Men onderschat dat zoiets tot stand komt via een ‘sluipend’ proces dat niet opgemerkt wordt, en we moeten ons op z’n minst ervan bewust zijn dat het risico bestaat dat we momenteel verglijden in een proces van totalisering. We zouden hierbij niet te zeer moeten denken in termen van intentionele bewuste manipulatie maar net zoals in de replicatiecrisis tuimelen mensen er gewoonweg in zonder het maar al te goed te beseffen.” 

Hoe een samenleving precies in zo’n hachelijke situatie terechtkomt, blijkt een moeilijke psychologische vraag. Ook Hannah Arendt vroeg zich af wat er precies gebeurt en in welke mate het een bewust dan wel een onbewust proces is. Zij verwijst ook naar een soort van hypnotiserende werking van cijfers maar ze merkt ook op dat je dit proces niet helemaal kan verklaren zonder enige vorm van bewuste intentionele inbreng, naar analogie met de replicatiecrisis. Ook daar ging het voornamelijk over slordigheden en een geforceerde besluitvorming, op het randje van bewust en onbewust, met daarnaast ook intentionele fraude, die weliswaar zeer zeldzaam was. 

Het belangrijkste is volgens professor Desmet echter te beseffen waar dit alles toe kan leiden: “Wat ik zeer belangrijk vind en zeer relevant voor de tijdsperiode waarin we momenteel leven, is hoe Hannah Arendt in haar boek beschrijft waar een dergelijk proces eindigt. Zij beschrijft namelijk het proces waarbij die propaganda steeds meer grip krijgt op de bevolking en waarbij deze propaganda op een bepaald moment erin slaagt om alle tegenstemmen, en elke vorm van oppositie tegen het systeem, monddood te maken. En dan zegt ze iets enorm belangrijks. Ze legt uit dat precies op ‘dat’ moment, wanneer elk tegensprekelijk debat stopt, precies op dat moment slaat het totalitaire systeem in al zijn agressiviteit en in al zijn hevigheid toe.”

In haar boek geeft Hannah Arendt een concreet voorbeeld uit de Sovjet-Unie onder Stalin, waar er tot in het begin van de jaren dertig nog enige vorm van oppositie was, totdat Stalin erin slaagde om de oppositie geheel monddood te maken. Iedereen verwachtte dat op dat moment het ergste voorbij zou zijn, maar net het omgekeerde gebeurde. Dit was immers het moment waarop Stalin ‘begon’ met zuiveringen op grote schaal doorheen de Sovjet-Unie, die tientallen miljoenen mensen lukraak het leven heeft gekost. Er zat na verloop van tijd zelfs geen enkele logica meer in. Er vielen slachtoffers onder de bevolking, maar zelfs de grote partijbonzen werden het doel. Hannah Arendt zegt hierover in haar boek: ‘ … op dat moment wordt de totalitaire staat een monster dat zijn eigen kinderen opeet’.

Volgens Professor Desmet illustreert dit tevens een grote tegenstelling tot een dictatuur: “In een Dictatuur is het meestal omgekeerd. In een dictatuur mildert de agressie nadat de dictator het gevoel heeft dat hij de macht in handen heeft. Als hij het gevoel heeft dat de oppositie monddood is, mildert hij de agressie omdat een dictator er dan hoogstwaarschijnlijk vanuit gaat dat men de bevolking op dat moment best sust, kalmeert en aan zijn kant krijgt. Een totalitair systeem is een systeem dat op een totaal verschillend psychologisch mechanisme berust. Iedereen gaat er uiteindelijk in geloven en iedereen wordt meegesleept in de illusie van het totalitaire denken waarbij je kan zien dat zelfs de slachtoffers die op een absurde manier totaal ten onrechte worden veroordeeld, meestal zeer gewillig en zelfs berouwvol hun lot aanvaarden. Dit toont hoe sterk het mechanisme van de illusie is, en dat men zelfs in die situatie nog altijd mee gaat in het totalitaire denken en in de ‘zekerheid’ van het totalitaire denken, die voor een stuk mee gecreëerd wordt door cijfers.”

Hoe een dramatisch eindpunt te vermijden

Indien doorheen de corona crisis werkelijk een gelijkaardig proces aan de gang is, hoe kunnen we dan vermijden dat het tot zo’n dramatische punt doorgevoerd zal worden?

Professor Desmet zegt hierover: “Het verhaal waarvan totalitaire systemen gebruik maken, is een wetenschappelijk verhaal, maar het is tegelijkertijd ook maar één wetenschappelijk verhaal. Je ziet bijvoorbeeld duidelijk dat er in de wetenschap ook nog een heel andere stroming is ontstaan. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontstond bijvoorbeeld de kwantummechanica en in de tweede helft van de twintigste eeuw was er de complexe, dynamische systeemtheorie. Wat hebben al die zaken gemeen? In plaats van zich vast te klampen aan de illusie van objectiviteit, benadrukt men in deze stromingen net het omgekeerde. Het vertrekpunt was namelijk de irrationaliteit, en de irrationele kern in zowel de mens, maar ook in alle objecten die men bestudeert.”

Volgens professor Desmet kunnen we hieromtrent nog veel leren van wetenschappers als Bohr en Schrödinger: “Niels Bohr zei hierover bijvoorbeeld: ‘met een gedicht heb je veel meer greep op atomen dan met logica.’ En hij meende wat hij zei. Hij deed die uitspraak om te onderstrepen hoe gelimiteerd de menselijke ratio is, alsook het proberen ‘grijpen’ van de werkelijkheid, wat zeer goed aansluit bij de voorbeelden die we hebben gegeven omtrent de relativiteit van de coronacijfers. Het doet me trouwens terugdenken aan een krantenartikel waarin een viroloog zei dat je een virus eigenlijk niet ‘kan’ begrijpen. Zo kwam bijvoorbeeld ook Schrödinger tot het besluit dat je het diepste respect moet tonen voor datgene wat je niet met je verstand kan vatten, en hij voegde eraan toe dat hiermee wetenschap arriveert op hetzelfde punt als van waar religie ooit is vertrokken. Religie is vertrokken vanuit het mysterie en vanuit datgene wat voor het verstand niet vatbaar is. Wetenschap vertrekt daar niet uit maar arriveert er wel in. Schrödinger besluit dat er veel zaken nu eenmaal niet vatbaar zijn voor het verstand en dat je eigenlijk het diepste respect moet hebben voor datgene dat in het leven mysterieus blijft en niet vatbaar is voor het verstand.” 

Professor Desmet legt uit dat deze ‘nieuwe’ vorm van wetenschap de irrationaliteit aanziet als kern van de dingen, waardoor ze in de onzekerheid haar enige zekerheid vindt: “Denken we daarbij aan het onzekerheidsprincipe van Heisenberg dat aangeeft dat risico’s inherent en zelfs noodzakelijk zijn in het leven. Zonder risico’s is er geen leven, en dat is iets wat we nu ook missen, vind ik. De wetenschapper zou er zich van bewust moeten worden dat hijzelf, net zoals dat duidelijk werd in de kwantumfysica, een fundamentele invloed heeft als mens op zijn observaties, en dat je het steeds moet aandurven om jezelf als mens in vraag te stellen. We zouden onszelf als een ideologisch, subjectief en ethisch wezen fundamenteel moeten durven in vraag stellen. Je krijgt dan een andere vorm van wetenschap die totaal verschilt van de klassieke wetenschap, en waardoor men niet langer gegrepen blijft in die illusie van totale objectiviteit, die elke subjectieve component in wetenschap negeert en hierdoor in een totaal gebrek aan objectiviteit belandt waarbij uiteindelijk zelfs de ethische grenzen worden overschreden.”

Volgens professor Desmet kan de huidige coronacrisis ons ook de weg tonen naar deze ‘nieuwe’ vorm van wetenschap: “Ik geloof daar wel in. Ik geloof dat de crisis ons beetje bij beetje gaat tonen dat de manier waarop we naar de wereld kijken, die zeer sterk beïnvloed is door een soort van mechanistische, wetenschappelijke manier van denken, niet langer houdbaar is. We zien dat nu ook dagelijks in het nieuws. Iedereen voelt dat wetenschappers zichzelf vaak tegenspreken. Er is een soort gekrakeel van dissonante stemmen die allemaal op zich absolute objectiviteit claimen en daardoor eigenlijk nooit tot een echt open debat komen omtrent de kern van de zaak, namelijk die subjectieve kaders van waaruit we de cijfers interpreteren. De essentie zit niet in de cijfers zelf, maar de essentie van de zaak ligt hem in onze ideologische en subjectieve uitgangspunten van waaruit we naar de cijfers kijken.”

Mensen verliezen momenteel hun baan, hun bedrijf, de mooiste jaren uit hun jeugd of zien hun pensioen in rook opgaan, wat op zich meer en meer leidt tot frustraties, rebellie en zelfs agressie. Maar volgens professor Desmet zou dit ons enkel leiden naar het tegengestelde van waar we op hopen: “Een revolutie heeft de neiging om te vervallen in datgene wat ze bevecht en hier zou dat ook zo zijn, vrees ik. Ik denk dat het open debat vooral zou moeten gaan over de verschillende manieren waarop we naar de zaken kunnen kijken. Bekijken we de mens als een biologische machine die je best technologisch monitort en farmaceutisch bijstuurt, of aanzie je de mens eerder als een mystiek wezen dat resoneert met andere mensen en met de natuur? Dat levert twee ideologische kaders van waaruit je naar de cijfers kan kijken. Dit soort zaken komen nu nauwelijks aan bod in de media en toch denk ik dat net die zaken beslissend zijn voor de vraag of iemand zich nu achter het beleid schaart dan wel er zich tegen verzet.”

Over de spanningen en frustraties die meer en meer oplopen zegt professor Desmet: “Het niet uitspreken van die subjectieve en ideologische voorkeuren leidt eigenlijk tot een soort onderhuidse groeiende polarisatie waarbij beide partijen meer en meer tegenover elkaar komen te staan. De maatregelen worden hierdoor nog strenger doorgevoerd. Politici gaan een heftige tegenreactie vertonen tegen het feit dat mensen protesteren en de maatregelen worden zelfs nog opgevoerd. Eigenlijk vergeten ze wat de kern zou moeten zijn van elke democratie, namelijk een open debat waarin mensen subjectieve voorkeuren mogen hebben, deze mogen uiten, en waarbij er daarvoor een maximaal respect is. Iedere mens heeft recht op zijn subjectieve voorkeuren. Er is zoiets als een zelfbeschikkingsrecht, een recht op vrije meningsuiting en die dingen moeten te allen tijde overeind blijven. Deze dingen mogen nooit van tafel geveegd worden omdat de toestand ‘nu eenmaal te gevaarlijk is’, want het is precies dat wat de toestand werkelijk gevaarlijk zal maken. Als die mechanismen samen met het open debat zouden falen, dan leert de geschiedenis ons voor wat betreft totalitaire systemen dat precies op dat moment het systeem toeslaat, en dat het absoluut voor geen enkele van de twee partijen prettig zal zijn. De slachtoffers vallen ongenuanceerd en ongedifferentieerd in alle partijen. Dat is het groteske aan bijvoorbeeld Stalins grote zuiveringen. Het raakte gewoonweg iedereen. Eerst zat er nog enige logica in waarbij een bepaalde groep naar de Goelag werd gestuurd, omdat ze een gevaar zouden zijn voor het communisme, maar na verloop van tijd viel gewoonweg iedereen voor de bijl, zelfs de grote partijbonzen. Er brak een soort totale, radicale, absurde irrationaliteit en wreedheid los die in schril contrast staat met het vertrekpunt van het hele proces, namelijk een streven naar absolute objectiviteit en een belofte van het ‘minimaliseren van het lijden’.

Professor Desmet concludeert dat diezelfde loze belofte van het ‘minimaliseren van het lijden’ ook het beginpunt was van waaruit we in de huidige coronacrisis zijn vertrokken: “We hebben cijfers en statistieken ingevoerd en plots waren er geen socialisten, liberalen of christendemocraten meer. Het zijn allemaal ‘experts’ geworden die niet langer meer de democratische principes volgen maar die met ‘cijfers’ komen die een specifiek beleid noodzaken en waarvan men belooft dat het ‘het lijden zal minimaliseren’. Iemand als Hannah Arendt probeerde ons in de jaren ’50 hiervoor al te waarschuwen. Dit is namelijk al eerder voorgekomen in de geschiedenis en het heeft keer op keer hetzelfde eindpunt gehaald. Laat ons er dus samen voor zorgen dat we dat proces niet weer tot datzelfde dramatische eindpunt doorlopen.”

 

Hebt u ook een uitgesproken mening die u graag wilt ventileren? Stuur ons uw tekst toe en als wij hem geschikt vinden, publiceren we hem op onze site met vermelding van uw naam of, als u dat liever heeft, anoniem. Stuur uw tekst naar info @ delantaarn . info

Deel dit artikel en laat zo meer mensen weten over De Lantaarn

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on telegram
0 Comments

No Comment.