fb pixel
aanbevolen, aanbevolen-China, China

De Chinese Communistische Partij: honderd jaar onderdrukking en bloedvergieten

Bron: Xi Jinping in 2019

De Chinese Communistische Partij (CCP), werd in juli 1921 opgericht en heeft een eeuw lang dood en verderf gezaaid onder de Chinese bevolking. Onder leiding van president Xi Jinping, viert China vandaag 100 jaar heerschappij van de CCP. Kosten noch moeite worden gespaard om een rustig verloop te garanderen van dit eeuwfeest. Zelfs de deksels van de riolering op en nabij het Tiananmenplein in Peking, waar de herdenkingsplechtigheid zal plaatsvinden, zijn dichtgelast. Alweer een zorg minder dus. Van daaruit zullen de ongeregeldheden alvast niet komen. 

Xi doet er alles aan om duidelijk te maken aan zijn ‘onderdanen’ dat zonder de ijzeren vuist van de CCP er geen sprake zou zijn van het huidige ‘moderne’ China. De CCP ontstond als een belofte voor een “communistische hemel op aarde”, maar de geschiedenisboeken vertellen een heel ander verhaal. Vanaf 1949, nadat de CCP onder leiding van Mao Zedong aan de macht kwam in China, heeft dit geleid tot de dood van tientallen miljoenen Chinezen en de ontmanteling van een 5.000 jaar oude beschaving. Door het implementeren van het communisme in China vielen er meer slachtoffers dan het totaal aantal doden van beide wereldoorlogen samengeteld wereldwijd! De CCP werd de grootste moordmachine die de mensheid ooit heeft gekend, maar zowel binnen als buiten China zijn de meeste mensen zich hier niet van bewust. 

Een onafhankelijke peiling bij de Chinese bevolking door het Ash Center for Democratic Governance (Harvard Universiteit) concludeerde in 2020 dat de centrale overheid een tevredenheidsscore haalt van 93 procent. Vraag een Chinese dissident waarom dat zo is en zij noemen termen zoals angst, dwang en propaganda. ‘De CCP kan je arresteren en in de duisternis afmaken’, mailde een muzikant uit Wuhan naar De Standaard. ‘Noord, zuid, oost, west: de Partij leidt overal’, is de slogan van president Xi Jinping. De gevluchte professor communisme, Cai Xia, spreekt over ‘een maffiastaat’.

In China bestaat het volgende gezegde: “De CCP is China en China is de CCP”. De CCP waakt erover dat de Chinezen deze stelling zeer ernstig blijven nemen. In de Chinese geschiedenisboeken wordt Mao Zedong dan ook geprezen voor zijn ‘heldendaden’. Midden de jaren ’30 lanceerden de communisten hun “Lange Mars”, een strategische terugtocht vanuit het zuiden van China naar de noordelijke basis Yan’an. Tijdens die zware tocht groeide Mao Zedong uit tot de onbetwiste leider van de communisten.

Tegelijk viel Japan China binnen en bezette grote delen van het oosten. Er woedde nu een oorlog met drie partijen die China nog verder zou ontregelen. Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de Japanse aftocht liet een politiek vacuüm na. Het nationalistische regime van Chiang Kai-shek was verzwakt en de communisten kregen met steun van de Sovjets de overhand. In 1949 trokken Chiang en zijn leger zich terug op Taiwan waar de Republiek China bleef voortbestaan. Taiwan werd uiteindelijk een democratie, terwijl in Peking Mao de Volksrepubliek uitriep en China transformeerde naar een communistische staat.

Nochtans heeft communisme strikt genomen helemaal niets te maken met China en het komt ook helemaal niet van China. In feite komt het van bij ons en je kan dat vrij letterlijk nemen. Karl Marx schreef het communistisch manifest in ‘Café de Zwaan’ op de Grote Markt in Brussel. Dit café bestaat vandaag nog steeds. Als je op de Grote Markt in Brussel een groep Chinese toeristen ziet poseren voor de gevel van een Café met een witte zwaan boven de deur, dan ben je aan het juiste adres. Van daaruit vond het communisme via Parijs en via de Sovjet Unie zijn weg naar China. De ideologie van Mao Zedong sprak over een voortdurende “strijd met de hemel, strijd met de aarde en strijd met de mens”. Dit is exact het omgekeerde van wat Lao Tzu, de grondlegger van het Taoïsme, ooit onderwees, toen hij zei: “de mens volgt de aarde, de aarde volgt de hemel, de hemel volgt de Tao en de Tao volgt de natuurlijke weg.” 

Mao besefte dat om zijn ideologie kans op slagen te geven, het nodig zou zijn om de 5000 jaar oude, diepgewortelde, spirituele basis, die het fundament vormde van de authentieke Chinese cultuur, op te breken en te vervangen door een structurele basis volgens de doctrine van het absolute atheïsme en het absolute materialisme. Dit proces zou nadien de geschiedenisboeken ingaan als de ‘Grote Culturele Revolutie.’ Zo werd naast al het menselijke leed ook de authentieke Chinese cultuur, die een geschiedenis heeft van meer dan 5000 jaar, in slechts enkele jaren tijd onherstelbaar beschadigd.

Mao zei ooit: “Om het volk onder controle te krijgen, is het nodig om het op geregelde tijdstippen te onderdrukken.” Als je de geschiedenis van het moderne China bekijkt, lijkt het wel alsof men deze stelling letterlijk heeft toegepast. Met intervallen van ongeveer 10 jaar, volgde de ene onderdrukking na de andere. Hoewel China de afgelopen decennia economische vooruitgang heeft geboekt, blijft de CCP een marxistisch-leninistisch regime dat erop uit is haar greep op China en de wereld te verstevigen. Hieronder volgt een overzicht van enkele van de belangrijkste gruweldaden die de CCP heeft begaan sinds ze aan de macht kwam in 1949:

Eind jaren ’50: De Grote Sprong Voorwaarts

In 1958, bijna tien jaar nadat de CCP aan de macht kwam in China, lanceerde Mao de Grote Sprong Voorwaarts. Het werd een vier jaar durende campagne om de staalproductie exponentieel te verhogen. Het doel was, zoals Mao’s slogan luidde, om “Groot-Brittannië te overtreffen en Amerika in te halen”.

Mao vroeg aan de Chinese boeren om zoveel mogelijk mussen te verdelgen. Het jaar daarop werden hele oogsten vernield door de rupsen die geen natuurlijke vijand meer hadden.

Boeren kregen de opdracht om ovens in de achtertuin te bouwen om staal te maken, waardoor landbouwgrond ernstig werd verwaarloosd. Plaatselijke ambtenaren, die bang waren als “achterblijvers” te worden gebrandmerkt, legden onrealistisch hoge oogstquota vast. Het gevolg was dat de boeren niets meer te eten hadden, nadat ze het grootste deel van hun oogst als belasting moesten afdragen.

Wat volgde was de ergste, door de mens veroorzaakte ramp in de geschiedenis: een hongersnood, waarbij tientallen miljoenen mensen van 1959 tot 1961 de hongerdood stierven.

De uitgehongerde boeren zochten voedsel en aten wilde dieren, gras, schors en zelfs kaolien, een kleimineraal dat gebruikt wordt voor het vervaardigen van het Chinese porselein. 

Extreme honger dreef velen ook tot kannibalisme. Er zijn gevallen bekend van mensen die de lijken aten van zowel vreemden, vrienden en familieleden. Er waren ouders die hun kinderen doodden voor voedsel – en vice versa.

Jasper Becker, schrijver van Hongerige Geesten, zei dat Chinezen uit pure wanhoop gedwongen werden zich in te laten met het verkopen van mensenvlees op de markt, en het ruilen van kinderen, zodat ze hun eigen kinderen niet zouden opeten.

Becker merkt op dat het kannibalisme in China eind jaren ’50 en begin jaren ’60 waarschijnlijk plaatsvond “op een schaal die ongekend is in de geschiedenis van de 20ste eeuw.” In 13 provincies waren er in totaal meer dan 3.000 geregistreerde gevallen van kannibalisme.

Volgens historicus Dikötter, auteur van Mao’s Grote Hongersnood, stierven maar liefst 45 miljoen mensen tijdens de Grote Sprong Voorwaarts.

Eind jaren ’60: De Grote Culturele Revolutie

Na de catastrofale mislukking van de Grote Sprong Voorwaarts voelde Mao dat hij zijn greep op de macht aan het verliezen was. Hij lanceerde de Culturele Revolutie in 1966 in een poging om de Chinese bevolking te gebruiken om de controle over de CCP en het land te herwinnen. Mao creëerde een persoonlijkheidscultus en wilde “de gezagsdragers die de kapitalistische weg bewandelen verpletteren” en zijn eigen ideologieën versterken.

Gedurende tien jaar van chaos werden miljoenen mensen gedood of tot zelfmoord gedreven. Enthousiaste, jonge ideologen, de beruchte Rode Gardes, trokken door het land om China’s tradities en erfgoed onderuit te halen en te vernietigen.

De partij moedigde mensen uit alle lagen van de bevolking aan om iedereen met “politiek incorrecte gedachten of gedragingen” te verklikken. Collega’s, buren, vrienden en zelfs familieleden gaven elkaar aan als “contrarevolutionairen”. Iedereen werd op die manier te allen tijde een potentieel slachtoffer en het creëerde een samenleving die werd gedomineerd door angst.

De slachtoffers, onder wie intellectuelen, kunstenaars, ambtenaren van de CCP en anderen die als “klassenvijanden” werden beschouwd, werden onderworpen aan rituele vernedering door middel van “strijdbijeenkomsten”. Dit waren openbare bijeenkomsten waar de slachtoffers gedwongen werden hun vermeende ‘misdaden’ toe te geven. Ze moesten het fysiek en verbaal geweld van de menigte verduren, werden gemarteld en uiteindelijk naar het platteland gestuurd voor dwangarbeid.

Culturele relikwieën worden opgebrand (Links) | “strijdbijeenkomsten” tijdens de Grote Culturele Revolutie (Midden) | Het gedenkteken van Confucius wordt neergehaald (rechts)

Ook de traditionele Chinese cultuur en tradities waren een direct doelwit van Mao’s campagne om de “Vier Ouden” uit te roeien: oude gebruiken, oude cultuur, oude gewoonten en oude ideeën. Ontelbare culturele relikwieën, tempels, historische gebouwen, standbeelden en boeken werden vernietigd.

Zhang Zhixin, een elitemedewerker van de CCP die werkzaam was in het provinciebestuur van Liaoning, was een van de slachtoffers van de campagne. Volgens een verslag van de Chinese media na de Culturele Revolutie, deed een collega in 1968 aangifte tegen Zhang, nadat zij tegen die collega had gezegd dat zij sommige acties van de CCP niet begreep.

Zhang werd naar de gevangenis gestuurd. Daar werd ze onophoudelijk en op de meest gruwelijke wijze gemarteld. Begin 1975 was Zhang krankzinnig geworden. Vervolgens werd ze in april van dat jaar geëxecuteerd door een vuurpeloton. Voordat ze werd doodgeschoten, sneden de gevangenisbewakers haar luchtpijp door om haar het zwijgen op te leggen. Ze stierf op 45-jarige leeftijd.

Tijdens Zhangs gevangenschap werden haar man en twee jonge kinderen gedwongen hun relatie met haar te verbreken. Haar man werd gedwongen van haar te scheiden. Toen ze hoorden van haar dood, durfden ze niet eens te huilen, uit angst dat ze gehoord zouden worden door buren die hen zouden kunnen aanklagen wegens het ‘koesteren van wrok tegen de partij’.

Deze rampzalige beweging eindigde in oktober 1976, minder dan een maand na Mao’s dood.

De erfenis van de Culturele Revolutie gaat volgens Dikötter veel verder dan de verwoeste levens: ”Het is niet zozeer de dood die de Culturele Revolutie kenmerkte, het was het trauma. Het was de manier waarop mensen verplicht werden om familieleden, collega’s, vrienden aan te geven. Het ging over verlies: verlies van vriendschap, verlies van vertrouwen in andere mensen. Dat is werkelijk het litteken dat de Culturele Revolutie heeft achtergelaten bij het Chinese volk.”

Eind jaren ’70: ‘Eenkindbeleid’

Unsplash | Eenkindbeleid

In 1979 lanceerde het regime het ‘eenkindbeleid’, waardoor getrouwde paren slechts één kind mochten krijgen. Deze campagne was ogenschijnlijk bedoeld om de levensstandaard te verhogen, door de bevolkingsgroei af te remmen. In werkelijkheid leidde het beleid tot wijdverbreide gedwongen abortussen, gedwongen sterilisaties en kindermoord.

De CCP beseft momenteel echter dat ze ook deze ‘strijd met de natuur’ op lange termijn zullen verliezen. Verwacht wordt dat het ‘eenkindbeleid’, samen met de stijgende kosten van het levensonderhoud en veranderende sociale normen, een negatieve bevolkingsgroei zal doen ontstaan door een daling van het aantal jongeren en mensen die actief zijn op de arbeidsmarkt, wat tevens problemen met zich mee zal brengen voor de groei van de Chinese economie. Om die reden heeft het regime in 2013 het eenkindbeleid afgeschaft en worden sindsdien twee kinderen toegestaan. Op 31 mei jongstleden werd aangekondigd dat gezinnen voortaan zelfs drie kinderen mogen krijgen.

China heeft zijn doelstelling om de bevolking tegen 2020 tot ongeveer 1,42 miljard te laten aangroeien, net niet gehaald. In 2020 werden 12 miljoen baby’s geboren, het laagste cijfer sinds 1961. Daarnaast werden er volgens gegevens van het Chinese ministerie van Volksgezondheid, geciteerd door de Chinese staatsmedia, van 1971 tot 2013, 336 miljoen abortussen uitgevoerd.

Jongeren in China hebben het moeilijk om op een natuurlijke manier met leeftijdsgenoten om te gaan.  In het zeer compe­titieve school­systeem zien ze leeftijds­genoten als concurrenten met wie ze zichzelf constant vergelijken. Ze zien elkaar niet langer als kameraden. Zelfs lagere scholen hebben A+-klasjes, A-klassen en “normale” klassen.

“Voor een gezin is dat ene kind ook een ‘project met grote verwachtingen’ geworden. Het enige kind is enkel gefocust op zichzelf. De eenkindpolitiek maakt jongeren hierdoor hyper­individua­listisch”, zei Xiang Biao, Directeur van het Duitse Max Planck Instituut, aan De Standaard.

Maar voor de CCP is deze zware mentale stress een zegen. Het houdt deze generatie immers weg van de politiek. “Het valt hen moeilijk naar een andere maatschappij te streven. Om verzet te bieden tegen het systeem moet je immers samenwerken met anderen, en dat gaat deze eenkindgeneratie niet natuurlijk af.” zegt Xiang, “Er is veel sociale fobie.”

Eind jaren ’80: Tiananmenprotest in Peking

Maar toch, in 1989 leek het einde van de partij heel even nabij. Wat begon als een studentenbijeenkomst om te rouwen om de dood van de hervormingsgezinde Chinese leider, Hu Yaobang, in april 1989, veranderde in de grootste protesten die het regime ooit had gezien. Universiteitsstudenten die op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking bijeenkwamen, vroegen de CCP de corruptie van ambtenaren aan te pakken, verantwoordelijkheid te nemen voor fouten uit het verleden, en om een vrije pers. De studenten durfden zelfs te spreken over een weg naar de democratie.

Tegen mei hadden studenten uit heel China en inwoners van Peking, uit alle lagen van de bevolking, zich bij het protest aangesloten. Overal in het land ontstonden soortgelijke demonstraties. Dit was in hetzelfde jaar als de val van de Berlijnse muur en ook in Peking heerste er een atmosfeer van hoop op verandering.

Terwijl de Berlijnse muur viel, draaide het in Peking helemaal anders uit. De leiders van de CCP gingen niet in op de verzoeken van de studenten.

In plaats daarvan reageerde het regime met kogels en tanks. Het leger kreeg de opdracht het protest de kop in te drukken. Op de avond van 3 juni rolden tanks de stad binnen en omsingelden het plein. Ongewapende demonstranten werden gedood of verminkt, nadat ze door tanks waren verpletterd of waren geraakt door soldaten, die in het wilde weg op de menigte schoten. Volgens een document van de toenmalige Britse ambassade in Peking werden meer dan 10.000 mensen gedood.

Lily Zhang, die hoofdverpleegster was in een ziekenhuis op wandelafstand van het plein, vertelde The Epoch Times over het bloedvergieten van die nacht. Ze werd wakker van geweerschoten en haastte ze zich, op de ochtend van 4 juni, naar het ziekenhuis, nadat ze van het bloedbad had gehoord.

Ze was geschokt toen ze in het ziekenhuis aankwam en werd geconfronteerd met een “oorlogstafereel”. Een andere verpleegster vertelde haar snikkend dat de plas bloed van gewonde demonstranten “een rivier vormde in het ziekenhuis”.

De soldaten gebruikten ‘dumdumkogels’, die uitzetten in het lichaam van het slachtoffer en meer schade toebrachten, zei Zhang. Velen liepen ernstige verwondingen op en bloedden zo hevig dat het “onmogelijk was hen te reanimeren”.

Aan de ingang van het ziekenhuis vertelde een zwaargewonde verslaggever van de China Sports Daily aan de twee verplegers die hem droegen, dat hij “zich niet had kunnen voorstellen dat de Chinese Communistische Partij echt het vuur zou openen”.

Zhang herinnerde zich zijn laatste woorden: “Ongewapende studenten en burgers neerschieten, wat is dat voor een regeringspartij?”

Tot op de dag van vandaag weigert het regime het aantal doden of hun namen bekend te maken en doet het Tiananmenprotest af als ‘het drama dat nooit gebeurde’.

Eind jaren ’90: De vervolging van Falun Gong

Nog eens 10 jaar later besloot het regime opnieuw tot een bloedige onderdrukking.

Op 20 juli 1999 begonnen de Chinese autoriteiten een grootscheepse campagne tegen de beoefenaars van Falun Gong, een spirituele praktijk die meditatieve oefeningen en morele leringen omvat over de waarden waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid.

In 1998 bleek uit een onderzoek van de Chinese overheid dat er meer mensen waren die Falun Gong beoefenden, dan dat er leden waren van de Chinese Communistische Partij. Met 70 tot 100 miljoen beoefenaars werd Falun Gong de grootste onafhankelijke vorm van Qigong in de geschiedenis van de Volksrepubliek China. 

De beslissing om Falun Gong te vervolgen werd bijna eenzijdig genomen door de toenmalige president en partijvoorzitter, Jiang Zemin. Andere leden van de regering waren voorstander van een meer gematigde aanpak, omdat ze erkenden dat Falun Gong vreedzaam was en geen politieke agenda had. Jiang Zemin nam het echter zeer persoonlijk en was ervan overtuigd dat hij door het lanceren van een campagne tegen Falun Gong in de stijl van de Culturele Revolutie, zijn macht zou kunnen consolideren.

Falun Gongbeoefenaars tonen een banner op het Tiananmenplein met de karakters voor Waarachtigheid, Mededogen en Verdraagzaamheid

Zhao Ming, een Falun Gongbeoefenaar die de martelingen overleefde, omschreef het als volgt: “Jiang drukte op de knop en de vervolgingsmachine van de partij was opnieuw werkzaam …”

Volgens het Falun Dafa-Informatiecentrum, een website voor Falun Gonggerelateerde informatie, werden miljoenen beoefenaars werkloos of van school gestuurd. Er werden gigantische arrestatiecampagnes uitgevoerd, waardoor beoefenaars werden gevangen genomen, gemarteld of gedood. Het merendeel van de gewetensgevangenen in de Chinese gevangenissen en werkkampen zijn deze Falun Gongbeoefenaars. Een nooit geziene haatcampagne werd opgezet door de Chinese overheid tegen Falun Gong. De impact van deze vervolging op de Chinese samenleving was enorm, aangezien haast iedereen ofwel iemand kende in zijn of haar directe omgeving die Falun Gong beoefende, ofwel zelf een beoefenaar was. Niet enkel Falun Gongbeoefenaars zelf, maar alle Chinezen werden hierdoor opnieuw verplicht om te kiezen tussen enerzijds traditionele normen en waarden en anderzijds het Rode Boekje van Mao.

FalunArt | Organ crimes

Daarnaast werden mensenrechtenorganisaties geconfronteerd met meldingen dat Chinese ziekenhuizen deze gigantische groep gewetensgevangenen zouden gebruiken als een levende orgaanbank. In online advertenties werd gegarandeerd dat deze ‘donororganen’ beschikbaar zijn in China binnen een termijn van enkele dagen tot maximum 3 weken na aankomst van de patiënt in China. Dit maakte de onderzoekers extreem bezorgd, aangezien dit enkel mogelijk is, indien er sprake is van levende donoren. Daarnaast werd er, sinds de start van de vervolging van Falun Gong in 1999, een opmerkelijke groei van het aantal transplantatiecentra doorheen China vastgesteld. In 1999 waren er ongeveer 150 transplantatiecentra in China. In 2006 waren dat er al meer dan 600. Een onafhankelijk volkstribunaal in Londen bevestigde in 2019 dat het regime “op grote schaal een orgaanoogst uitvoert”. Het tribunaal werd voorgezeten door Sir Geoffrey Nice QC, en concludeerde dat gevangengenomen Falun Gongbeoefenaars “waarschijnlijk de voornaamste bron” van deze orgaanoogst zijn.

De laatste jaren zou deze gruwelijke praktijk van orgaanoogst ook zijn uitgevoerd bij minderheden zoals de Oeigoeren, Tibetanen en christenen. Op 14 juni publiceerde het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties een verklaring, als reactie op beschuldigingen van ‘orgaanoogst’ bij beoefenaars van Falun Gong, Oeigoeren, Tibetanen, moslims en christenen in China. In deze verklaring zeggen de rapporteurs dat ze “extreem gealarmeerd zijn door geloofwaardige informatie over orgaanoogst in China.”

2009: Verdere onderdrukking van religieuze en etnische minderheden

Unsplash | Koffiehuis in Urumqi, China

In Tibet, Xinjiang en Binnen-Mongolië, leven etnische groepen met hun eigen cultuur en taal, wat niet naar de zin is van Peking.

In 2009 waren meer dan 150 Tibetanen de wanhoop nabij en gingen over tot zelfverbranding, in de hoop dat hun dood een einde zou maken aan de strenge controle van het regime in Tibet.

In eerdere protesten in 2008 uitten Tibetanen hun woede over de controle van het regime. Als reactie daarop zette het regime de politie in. Bijgevolg werden honderden Tibetanen gedood. Momenteel is het Tibetaanse protest zo goed als monddood gemaakt en wordt er zelfs in de reguliere media amper nog iets over opgepikt.

Vorig jaar heeft het regime in Peking een nieuw beleid ingevoerd, dat voorschrijft dat op sommige scholen in Binnen-Mongolië uitsluitend Mandarijn-Chinees wordt onderwezen. Toen ouders en leerlingen protesteerden, werden zij bedreigd met arrestatie, opsluiting en verlies van hun baan.

In Xinjiang worden de autoriteiten van het regime beschuldigd van genocide op Oeigoeren en andere etnische minderheden, onder meer door een miljoen mensen vast te houden in geheime kampen voor “politieke heropvoeding”. Getuigen spreken over wanpraktijken die gaan van systematische foltering, seksueel misbruik, massale sterilisatiecampagnes, gedwongen abortussen tot zelfs orgaanoogst.

Het regime gebruikt daarnaast ook bewakingssystemen voor sociale controle om deze etnische groepen in de gaten te houden. In Tibetaanse kloosters zijn bewakingscamera’s geplaatst en in Xinjiang worden biometrische gegevens verzameld. Het systeem wordt ook uitgebreid en doorheen heel China meer en meer toegepast als een algemeen ‘sociaal kredietsysteem’. China probeert dit systeem voor sociale controle nu zelfs te verkopen aan andere landen.

2019: COVID-19 en het verlies van Hongkong

Protesten in de straten van Hongkong 2019

Precies een jaar geleden nam het Chinese parlement een “veiligheidswet” aan voor Hongkong, waarbij het “ondermijnen van het centrale bewind en iedere vorm van afscheiding” strafbaar werden. Inwoners van Hongkong kunnen hierdoor zelfs op het Chinese vasteland worden berecht. De maandenlange protesten in Hongkong in 2019 en 2020 bleken tevergeefs. Peking nam Hongkong weer geheel onder controle. 

Daarbovenop heeft China in maart een ontwerpbesluit goedgekeurd waardoor enkel “patriotten” zullen worden aanvaard als kandidaten bij verkiezingen in Hongkong. De resolutie werd unaniem goedgekeurd door de 3000 CCP-afgevaardigden tijdens het jaarlijkse volkscongres in Peking, de belangrijkste politieke gebeurtenis van het jaar in China.

Door deze nieuwe regel zullen enkel diegenen die ‘trouw’ zijn aan de CCP, toegelaten worden om deel te nemen aan de verkiezingen.

Het jaar 2020 zal vooral de geschiedenisboeken ingaan als het jaar waarin de wereld werd geteisterd door het coronavirus. 

Het begon in Wuhan waar de ware toedracht van dit verhaal vanaf het begin zwaar werd gecensureerd door de CCP. Klokkenluiders werden het zwijgen opgelegd. Bloggers en journalisten die rapporteerden over de ernst van de uitbraak van het virus verdwenen gewoonweg en dokters die hun collega’s en vrienden via het internet probeerden te waarschuwen, werden gesanctioneerd. 

Terwijl in die eerste cruciale weken van de pandemie het binnenlandse verkeer van en naar Wuhan werd stilgelegd, gingen de buitenlandse vluchten gewoon door en de Chinese overheid ontkende openlijk dat er enige overdracht van het virus van mens op mens zou zijn. De CCP wees onmiddellijk met het vingertje naar iedereen die kritiek uitte of gevoelige vragen stelde en de WHO herhaalde wat de CCP hen influisterde. Als gevolg van deze top-down doofpotoperatie en door de voortdurende desinformatie van de CCP, verspreidde het virus zich haast ongehinderd naar meer dan 200 landen en regio’s.

Wuhan Instituut voor Virologie | Wikipedia

Maar deze doofpotaffaire lijkt zelfs voor een machtige entiteit als de CCP onhoudbaar. In de zoektocht naar de oorsprong van COVID-19 lijken momenteel wereldwijd meer en meer topwetenschappers de doos van Pandora op een kier te zetten, en de theorie van een lek uit het Wuhan Instituut voor Virologie wordt niet langer uitgesloten. Het Wuhan Instituut voor Virologie deed sinds hun Bio-safety P4 Laboratorium werd opgericht in 2014, uitgebreid onderzoek naar coronavirussen en zou ook nauw samenwerken met het Chinese leger voor onderzoeken naar biowapens. Een hoge officier van het Chinese leger zit zelfs in de raad van bestuur.

Zelfs de Amerikaanse president Joe Biden heeft nu aangegeven dat hij wil weten of het coronavirus uit een Chinees laboratorium afkomstig is of niet. President Biden heeft eind mei zijn inlichtingendiensten gevraagd om binnen 3 maanden verslag uit te brengen over de oorsprong van COVID-19.

De CCP probeert zichzelf momenteel aan te prijzen als het enige alternatief voor succes. “In de ogen van de Chinese bevolking teert ze nog steeds op de strijd tegen de Japanse bezetter, maar incorporeert ook het heden systematisch in dat triomfverhaal”, zei Rana Mitter, China-expert aan de Universiteit van Oxford, aan De Standaard. “Denk bijvoorbeeld aan corona. Chinese internetgebruikers delen volop nieuws over lockdowns in Europa en besluiten graag dat China het beter doet dan die ‘oude, Westerse imperialisten’.”

Corona toont echter ook hoe obsessief de CCP het geheugen van de Chinezen tracht te manipuleren. Nog geen jaar nadat lokale bestuurders in Wuhan de ernst van corona verdoezelden voor hun eigen reputatie, schreef de partij in de schoolboeken dat ze ‘in 2020 altijd in het belang van het volk handelde’. De CCP gebruikt corona tevens zo efficiënt mogelijk om de partijcultuur te exporteren naar andere landen en wil koste wat kost terug naar de millennia waarin ‘het Middenrijk’ het centrum van de wereldeconomie was, maar dan wel met de rode vlagjes in de hand.

Deel dit artikel en laat zo meer mensen weten over De Lantaarn

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on telegram
0 Comments

No Comment.